Liqiditeitsopslag zet bankrelaties op scherp
9 juli, 2010 in Columns-Artikelen door onze redactie
Door de kredietcrisis is het voor banken moeilijker geworden om gelden aan te trekken. Dat de banken de extra kosten hierdoor trachten door te berekenen is begrijpelijk. Het probleem speelt vooral bij lopende leningen tegen een variabele rente met een vaste hoofdsom en looptijd. De rentekosten van dergelijke leningen bestaan vaak uit de EURIBOR als index voor de fluctuerende interbancaire rentemarkten en een kredietopslag afhankelijk van de kredietstanding van het bedrijf. Zolang de EURIBOR een goede maat is voor de inkoopkosten van de bank, is er niets aan de hand.
Wanneer dit niet meer het geval komt de verleiding om een extra liquiditeitstoeslag in rekening te brengen. Sommige banken proberen dit inderdaad. Zij baseren zich op uitzonderingsbepalingen in het leningcontract, die er op neer komen dat de bank de tarieven kan aanpassen bij bijzondere marktomstandigheden. Het kan dan echter niet om een vrijbrief gaan, de tarieven zonder meer te verhogen wanneer dat de bank uitkomt in verband met hogere inkoopkosten. Wanneer de inroeping van een dergelijke bepaling apert onredelijk zou zijn, is er voor de geldnemer alle reden om zich hier niet zonder meer bij neer te leggen en zich te beraden over zijn juridische positie. Minimaal twee argumenten kunnen hierbij aangevoerd worden.
Voor de kredietcrisis werd er door banken en geldnemers van uitgegaan dat de index alle ontwikkelingen in de markt weerspiegelt inclusief een eventuele liquiditeitskrapte. Dit te meer daar het de banken zelf zijn die de marktrenten opgeven waar de EURIBOR op gebaseerd wordt. Wanneer sinds de kredietcrisis gesteld wordt dat de index niet goed meer functioneert, roept dat dan ook op zijn minst de vraag op of er niet is iets mis is met de samenstelling van de index en de rol van de banken daarbij. In elk geval is er geen reden eenzijdig een extra liquiditeitstoeslag te introduceren. Verdedigd kan worden dat een slecht functioneren van de index binnen de risicosfeer van de bank ligt, zeker wanneer de geldgever niet bij aangaan van de lening op dit risico had gewezen.
Men kan de problematiek echter ook benaderen vanuit het rentemanagement. Wanneer een bedrijf een kortrentende lening op neemt is het aan de bank om te zien of de inkoopkosten worden ingedekt, desnoods door een vastrentende lening aan te trekken in combinatie met een renteswap. Wanneer de bank hier in het kader van het asset and liability management van afziet is het niet redelijk het renterisico dat daarvan het gevolg is, bij de geldnemer neer te leggen.
Kortom de geldnemer heeft alle reden om de discussie met de bank aan te gaan, ook al staat de bank naar de letter van het contract in zijn recht en ook al zal de bank de nodige contra argumenten aanvoeren. Maar er is ook nog een andere kant. De geldnemer kan moeilijk doen over de liquiditeitsopslag, de geldgever heeft altijd de ruimte om nog eens te kijken of het bedrijf wel aan alle lening voorwaarden voldoet. En wanneer bepaalde balansverhoudingen zijn overeengekomen waaraan niet meer voldaan wordt, is niet meer het tarief het belangrijkste onderdeel van de discussie maar de kredietverlening zelf. Dan is de onderneming nog verder van huis.
Maar ook wanneer er niets aan de hand is dit niet het einde van het verhaal. Wanneer de lening afgelopen is en geherfinancierd moet worden, heeft de bank alle recht om alsnog een extra liquiditeitsopslag te eisen of met een eigen marktindex aan te komen. Praktisch betekent dit alles dat de discussie met betrekking tot de liquiditeitsopslag bij lopende leningen in de bredere context gezien moet worden van de relatie tussen bedrijf en bank, waarbij ook naar de toekomst gekeken wordt. In elk geval is er alle reden aan te nemen dat de verhouding tussen bedrijven en geldnemers scherper en zakelijker wordt. Dat een vak als financieel recht binnen opleidingen als de register treasurer opleiding steeds meer belangstelling heeft is in ieder geval niet verbazingwekkend.
Prof dr M. van der Nat
Theo van der Nat is directeur van trainingsinstituut RISKMATRIX BV te Driebergen. Hiernaast is hij hoogleraar aan het parttime postgraduate program treasury management (Register Treasurer) van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Email: MvanderNat@riskmatrix.nl
