Falend toezicht DSB?
9 juli, 2010 in Columns-Artikelen door onze redactie
Nadat het faillissement van DSB Bank onafwendbaar was gebleken, haalde Dirk Scheringa, de onbetwiste en populaire baas van de bank, uit naar naar Pieter Lakeman, het Ministerie van Financiën (MvF) en De Nederlandsche Bank (DNB). Zij hadden zijn bank kapotgemaakt. De Minister van Financiën, Wouter Bos, repliceerde met het maken van een metafoor. Hij stelde, dat een zwemmer niet verdrinkt omdat hij niet gered wordt maar omdat hij niet kan zwemmen.
Sweder van Wijnbergen merkte in een artikel in het NRC Handelsblad d.d. 20 oktober 2009 op dat Bos met deze aparte metafoor wel een punt had. Zijn analyse van de verdrinkingsdood was dat DSB een fataal liquiditeitsrisico heeft gelopen, door de wijze waarop de activiteiten van bank waren gefinancierd (mismatch). Verder moest de hypotheekportefeuille worden afgewaardeerd, wat nog meer druk op de financieringsmogelijkheden legde. Tenslotte riep Pieter Lakeman klanten van DSB Bank succesvol op om hun geld weg te halen. Door de kredietcrisis werd het onmogelijk om onder deze omstandigheden op eigen kracht aan de verdrinkingsdood te ontkomen.
Zwemgelegenheid “Financiële markten”
Nu gaan we even terug naar de metafoor. Om als bank te mogen opereren heb je een vergunning nodig van DNB. Banken vallen onder het toezicht van AFM (gedrag) en DNB (prudentieel). De financiële markten zijn dus geen open zwemwater maar er is sprake van een zwemgelegenheid waar je een kaartje voor moet kopen om naar binnen te kunnen. Volgens de wet is de exploitant van de zwemgelegenheid verantwoordelijk voor de veiligheid en hygiëne. In zijn eigen metafoor is dat dus Wouter Bos. Zwembadbaas Bos is krachtens wet ook verplicht een toezichtsplan op te stellen en tenminste één persoon toezicht te laten houden. Als wordt gezwommen in bassins dieper dan 1.40 meter, moet ten minste één van de toezichthouders kunnen reddingszwemmen.
Verder moet één van de aanwezige personeelsleden een geldig ehbo-diploma bezitten en beschikken over voldoende hulpmiddelen (verbandtrommel, ehbo-ruimte, en dergelijke). DNB is er voor het toezicht ten aanzien van de veiligheid en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) voor de hygiëne. In ieder geval moet DNB kunnen reddingszwemmen. Het exploiteren van een zwembad houdt dus ook in dat maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat iemand verdrinkt en als er ongelukken gebeuren er voldoende hulpmiddelen ter beschikking zijn om het slachtoffer te helpen. Voor de financiële markten is dat allemaal geregeld in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Wouter Bos had het, als eerstverantwoordelijke, nooit zover mogen laten komen dat DSB op deze manier ten onder zou gaan. Dirk Scheringa heeft in de metafoor van Wouter Bos wel degelijk ook een punt.
De mismatch op de balans vormde het grootste probleem en daarmee kwalificeerde DSB zich als een hele slechte zwemmer. DNB en MvF wisten dat uiteraard. DNB stond er bij en keek ernaar en werd ook niet in staat gesteld door wetgeving om tijdig en daadkrachtig op te treden. Uiteindelijk was er niet veel meer nodig om de bank kopje onder te laten gaan.
Polderen werkt verlammend
Het niet tijdig en daadkrachtig ingrijpen is een verworvenheid van ons poldermodel. Iedereen moet over alles, ongehinderd door enige kennis van zaken, zijn zegje kunnen doen. Hetgeen resulteert in “Too little, too late”. Dat werkt verlammend, ook voor onze toezichthouders. De DSB discussie is daar een tragisch voorbeeld van. In maart 2005 antwoordde Gerrit Zalm, toenmalig Minister van Financiën, op vragen van kamerlid Gerkens(SP):” Het is aan DSB zelf om een afweging te maken om een lening tegen een lage prijs aan te bieden en daarnaast verzekeringen aan te bieden waarop de premie dusdanig hoog is dat de combinatie van beide producten aantrekkelijk wordt voor de consument.
In de Wfd (red: Wet financiële dienstverlening, later opgegaan in de Wft) wordt geregeld dat voor (samengestelde) producten de prijs transparant moet zijn is, opdat consumenten een gewogen vergelijking met andere producten kunnen maken.” en “De branche-organisaties van banken, verzekeraars en tussenpersonen hebben in het kader van deze discussie onlangs over provisiegedreven advisering aangegeven «bereid te zijn om excessieve beloningen voor bepaalde producten, zoals betalingsbeschermingsverzekeringen, in dit verband met voorrang aan te pakken en daarvoor concrete maatregelen te treffen.»”
Consument moet beter weten
Het MvF en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) zaten aanvankelijk veel meer op de toer om de consumenten op te voeden om de verlokkingen van DSB (en zoveel andere banken) te weerstaan. Zo werd in 2006 voorlichting over de totale kosten van een lening wettelijk geregeld. In 2007 lanceerde SZW een voorlichtingscampagne “Blijf positief” over de risico’s van onverantwoord leengedrag. Verder werden er op gemeentelijk niveau verschillende initiatieven ontplooid met hetzelfde doel.
Zelfregulering aanbieders
Na jaren van discussie en overleg met alle betrokkenen is de sector op dit punt tot zelfregulering gekomen en zijn gedragcodes ingevoerd. Op 1 januari 2008 werd de Gedragscode Hypothecaire Financiering van kracht. Voor het consumptief krediet was dat nog veel later, die Gedragscode trad op 1 september 2009 in werking. De praktijken van DSB (en zoveel andere banken) in daaraan voorafgaande jaren bleken in strijd met de gedragcodes te zijn geweest. Zalm had jaren daarvoor verklaard dat DSB niets te verwijten viel en de tarifering zelf diende te bepalen.
Voorwaarde was, dat klanten inzicht hadden in de totale kosten. Dit zal hebben meegespeeld in zijn boordeling van de situatie als financieel bestuurder van DSB. Net als zijn opvatting dat betalingsproblemen bij hypotheekleningen in Nederland niet zouden voorkomen. Met de invoering van de gedragscodes was het onheil voor DSB geschied. Het was wachten op claims van vermeende gedupeerden. Gedupeerden die eerder, aldus MvF en SZW, beter op hun eigen zaakjes hadden moeten letten. Pieter Lakeman, voorman van een groep gedupeerden, stal daarbij de show.
Conclusie
Bij het uitoefenen van toezicht is het gebruikelijk dat de onder toezicht gestelde bij omissies de tijd krijgt zaken te verbeteren. Bij DSB was er een poging gedaan om de mismatch te verkleinen en het business model aan te passen. Dat gaat niet van de ene op de andere dag. Gelukkig heeft DNB daar begrip voor anders had menig bank in Nederland allang zijn bankvergunning kunnen inleveren. Dat DNB en DSB daarbij achterhaald werden door de werkelijkheid van veranderende marktomstandigheden en een kredietcrisis, kon natuurlijk niet worden voorzien. Daarnaast was er sprake van klanten die in betalingsproblemen waren gekomen en zag men zich bij DSB geconfronteerd met claims. De AFM en DNB hebben geen oneindige bevoegdheden bij de uitoefening van hun toezichtstaken. Bovendien dienen zij rekening te houden met het publieke debat en de rol die het MvF daarin vervult.
Zwembadbaas Bos heeft het levenloze lichaam DSB wel op de kant getrokken, maar heeft uiteindelijk besloten om maar niet meer tot reanimatie over te gaan. Dat zou de belastingbetaler te veel geld gaan kosten. Het feit dat de slechte zwemmer, die ook nog eens door anderen kopje onder geduwd werd, overleden is, kan dus alleen Wouter Bos verweten worden. Hij had er voor moeten zorgen dat er eerder ingegrepen had kunnen worden. Het was allang bekend dat het ging om een amechtig spartelende zwemmer.
Michel Harmsen
Managing Director
1301 Services B.V.
Wft specialist
